Hoe tala en lettergrepen de dans structureren
De Indiase klassieke dansmuziek verschilt fundamenteel van westerse muziektradities door haar unieke concept van tijd en ritme. Terwijl in het westen meestal gelijkmatige maten zoals de 4/4-maat domineren, is de Indiase muziek gebaseerd op het systeem van de tala. Een tala is een cyclisch ritmepatroon dat uit een bepaald aantal slagen bestaat en zich oneindig herhaalt. Voor de Zuid-Indiase dansstijl Bharatanatyam is de Carnatische muziektraditie bepalend. Hier wordt het ritme niet alleen door trommels zoals de mridangam gegenereerd, maar in belangrijke mate vormgegeven door sollukattu. Dit zijn gesproken lettergrepen die de danspassen een ritmische stem geven.
In de Noord-Indiase Kathak domineert daarentegen de Hindoestaanse muziektraditie. Hier heten de ritmische lettergrepen bol. Ze imiteren de klank van de dubbeltrommel tabla of de pakhawaj. Wie deze muziek wil begrijpen, moet leren om het ritme niet als een star metronoom te zien, maar als een vloeiend, ademend geheel. De muziek en de dans versmelten daarbij zo nauw dat de muzikanten op het podium direct reageren op het voetenwerk van de dansers.



