Hoe traditionele instrumenten het danslichaam vormen
Wanneer we ons buiten de klassieke Europese balzalen begeven, verandert het fundament van de beweging fundamenteel. Terwijl in de standaarddans vaak een gelijkmatige, melodieuze orkestklank het ritme aangeeft, domineert in de wereldmuziek de directe, fysieke verbinding tussen het klanklichaam en het lichaam van de dansers. Een enkel instrument zoals de West-Afrikaanse djembe of de oosterse darbuka kan door zijn fijne klankkleuren en de enorme dynamiek hele dansgemeenschappen in trance brengen of aanzetten tot explosieve solo's.
Het begrip voor deze instrumenten verandert de manier waarop we bewegen. Wie leert om de diepe bas van een lijsttrommel in het bekken te voelen of de filigrane versieringen van een oed met de handen na te tekenen, danst niet langer alleen op de muziek, maar wordt een deel ervan. Deze organische klanken nodigen uit om de starre houding op te geven en je over te geven aan isolaties, aardse passen en vrije improvisatie. Om dieper in deze fascinerende klankwerelden te duiken, is het ook de moeite waard om een kijkje te nemen bij Muziek voor solodans: de magische ritmes van de wereldmuziek, die het theoretische kader vormt voor deze dansreis.




