Hoe de voeten een percussie-instrument worden
De Ierse tapdans heeft een fascinerende dubbelrol: wie danst, volgt niet alleen de beat, maar creëert deze ook actief. Dit wordt bijzonder duidelijk bij het dansen op de zware, met glasvezel of houten hakken versterkte hard shoes (ook wel heavy shoes genoemd). Het voetenwerk wordt hier een zelfstandig percussie-instrument dat naadloos aansluit bij het geheel van viool (fiddle), fluit (tin whistle) en de Ierse lijsttrommel (bodhrán). Door gerichte slagen met de voettop (trebles), de hak (clicks) of de platte voet (stamps) zetten dansers ritmische accenten die in exact tegenritme of als gesyncopeerde versieringen bij de melodie staan. Deze nauwe verwevenheid vereist een extreem gevoel voor {{accent:maat en ritme in de dans}}, aangezien elke onnauwkeurige stap het muzikale totaalbeeld direct verstoort. Hier bij udansa leer je hoe je deze technieken beheerst.
De instrumenten achter de houten klank
Traditionele Ierse dansmuziekinstrumenten vormen het fundament voor deze ritmische dialoog. Terwijl de bodhrán de aardse, pulserende basmaat levert, drijven de melodie-instrumenten het tempo op. Dansers gebruiken de korte, droge tonen van hun beslagen schoenen om de snelle zestiende noten van de fiddle of de accordeon te verdubbelen of ritmische gaten te vullen. Zo ontstaat een polyfoon samenspel waarbij de voeten de percussieve top van het ensemble vormen.




