Van ritmische uitroep tot gestructureerde koorzang
In zijn vroegste dagen was de Mambo een bijna puur instrumentale aangelegenheid. Toen de dans in de jaren 1930 en 1940 in Havana ontstond uit de fusie van Danzón en Afro-Cubaanse ritmes, domineerden krachtige blazerssecties en complexe percussiepatronen. Maar de menselijke stem liet niet lang op zich wachten. In het begin slopen korte, extatische uitroepen, ritmische tussenwerpsels en repetitieve frasen de stukken binnen. Deze ritmekreten, vaak spontaan ingebracht door de bandleider of de muzikanten, dienden als extra percussie-instrument. Ze dreven de dansers aan en markeerden de hoogtepunten van de gesyncopeerde ritmes, zonder een samenhangend verhaal te vertellen.
Met de opkomst van het genre ontwikkelden deze geïmproviseerde kreten zich tot gestructureerde Mambo koorzangen. De zogenaamde Coros herhaalden korte, pakkende frasen in wisselwerking met de instrumenten. Deze gestructureerde zangstijl uit Cuba bracht een nieuwe dynamiek op de dansvloer, omdat deze de ritmische structuur van de Mambo vocaal verdubbelde en de dansers een extra oriëntatiepunt bood in het dichte geheel van de bigband-arrangementen.
