Hoe onderdrukking een wereldritme baarde
De wortels van Samba reiken diep in de geschiedenis van de Afro-Braziliaanse cultuur. Tijdens de trans-Atlantische slavenhandel brachten miljoenen ontvoerde mensen uit West- en Centraal-Afrika, vooral uit de regio's van het huidige Angola en Congo, hun rituele dansen en trommelritmes naar Brazilië. Op de suikerrietplantages en in de slavenverblijven van Bahia smolten deze tradities samen tot nieuwe uitdrukkingsvormen. De term is waarschijnlijk afgeleid van het Angolese woord Semba, wat zoiets betekent als navelstoot en een traditionele uitnodigingsdans beschrijft. Deze Afro-Braziliaanse wortels vormden het fundament waarop zich in de loop der eeuwen een volledig nieuw cultureel fenomeen ontwikkelde.
Na de afschaffing van de slavernij in 1888 trokken veel voormalige slaven naar de toenmalige hoofdstad Rio de Janeiro. In de daar gelegen favela's, de arme wijken op de hellingen van de stad, kwamen verschillende regionale invloeden samen. De muziek diende als uitlaatklep voor onderdrukking, als spiritueel toevluchtsoord en als sociale verbinding. Hoewel de beoefening van deze Afrikaans beïnvloede cultuur door de autoriteiten aanvankelijk streng werd vervolgd en gecriminaliseerd, kon de creatieve kracht van de gemeenschap niet worden gestopt. Het was het begin van een ongekend succesverhaal dat het ritme vanuit de favela's rechtstreeks naar het hart van de Braziliaanse identiteit zou dragen.


