Het vaste kader als fundament van de wedstrijdsamba
De Latijns-Amerikaanse dansen in de wedstrijdsport vereisen een extreme dynamiek, die in geen enkele andere discipline zo sterk vanuit het centrum van het lichaam komt als in de Samba. Terwijl er bij de ontspannen social dance vaak met veel afstand wordt gedanst, is de Samba-danshouding met permanent paarcontact in de wedstrijdsport gebaseerd op een precieze mechanische verbinding. Deze houding is geen statisch korset, maar een hoogflexibel systeem van druk en trek. Het bovenlichaam blijft trots en rechtop, terwijl het bekken door de typische Samba Bounce techniek permanent werkt. Deze scheiding van boven- en onderlichaam is de absolute basisvoorwaarde om ondanks de snelle heupbewegingen een rustige, esthetische bovenlijn aan de juryleden te presenteren.
Om deze stabiliteit te bereiken, gebruiken paren in de wedstrijddans een asymmetrische houding. De linkerhand van de heer en de rechterhand van de dame ontmoeten elkaar op ooghoogte van de dame. De rechterhand van de heer ligt plat en stabiel op het linkerschouderblad van de dame, terwijl zij haar linkerarm zachtjes op zijn rechterbovenarm legt. Dit vaste kader, ook wel "frame" genoemd, mag tijdens de hele dans niet vervormen. Alleen zo wordt elke gewichtsverplaatsing van de leider direct en zonder vertraging op de partner overgebracht.


