Een vaste volgorde koppelt bewegingen aan de muziek
In choreografieles leer je een geplande reeks bewegingen. Niet alleen de passen liggen vast: ook looproutes, kijkrichtingen, pauzes en muzikale accenten kunnen bij de choreografie horen. Als je een bepaalde dansscène op het scherm wilt herhalen, is die koppeling handig. De gezamenlijke stop moet dan precies komen op het moment waarop de muziek daar ruimte voor biedt.
De les verdeelt de reeks meestal in overzichtelijke stukken en voegt die daarna samen. Tellen maakt de volgorde concreet; later helpen hoorbare accenten je om niet alleen cijfers af te werken. Een beweging kan technisch correct zijn en toch te vroeg komen. Het leerdoel omvat daarom de samenhang tussen beweging, timing en effect.
Vaste reeksen zijn zeker niet alleen bedoeld voor optredens. Ook een Quickstep-figurencombinatie van drie onderdelen gebruikt een vaste volgorde om overgangen begrijpelijk te maken. Het verschil zit erin of die volgorde het gewenste eindresultaat is of een oefenkader om later mee te variëren. Een concrete filmscène, zoals de Grease Hand Jive, herken je daarentegen aan terugkerende bewegingsmotieven.


