Baile, Cante en Toque hebben elk hun eigen functie
Met Baile, Cante en Toque worden dans, zang en gitaarspel bedoeld. In een Cuadro Flamenco komen deze expressievormen samen in één optreden. De aanduiding verwijst naar de bezetting, niet naar een bepaalde dans of een vaste reeks passen. Er kunnen meerdere dansers of zangers zijn, maar dat is niet noodzakelijk.
De Baile maakt muzikale spanning zichtbaar met houding, armen, verplaatsingen en voetenwerk. Tegelijkertijd maken de schoenen zelf geluid. Als je Planta en Tacón als verschillende voetcontacten kent, kun je dit percussieve element gemakkelijker plaatsen. Niet elke beweging hoeft daarbij hoorbaar te zijn.
De Cante brengt gezongen teksten en melodische frasen. Ademhaling, klemtoon en het aanhouden van noten geven een passage zijn specifieke vorm. De gitaar zorgt voor harmonie en ritme, reageert op de zang en kan met eigen melodische bijdragen naar voren treden.
De functies vullen elkaar aan, maar blijven zelfstandig. Een gezongen regel is niet zomaar een tijdsaanduiding voor passen. Een gitaarpassage is niet automatisch een pauze in het optreden zelf. Ook zonder voortdurend voetenwerk kan het ensemble muzikaal rijk en aanwezig zijn.



