De armbeweging ontstaat vanuit beweeglijke gewrichten
Braceo staat voor de armvoering in Flamenco. Voor deze eerste oefening teken je geen grote cirkel met een stijve arm: bovenarm en onderarm veranderen van positie ten opzichte van elkaar, zodat er een afgeronde lijn ontstaat. De elleboog geeft de beweging richting en ruimte. Hij blijft daarbij niet strak tegen je ribben en wordt ook niet voortdurend maximaal naar buiten gedrukt.
Een rustige schouder is geen vastgezette schouder. Als je arm omhooggaat, beweegt je schouderblad op natuurlijke wijze mee. Duw je het met geweld omlaag, dan maak je de beweging moeilijker. Vermijd in plaats daarvan dat je je schouder extra naar je oor optrekt en laat je arm alleen zo hoog komen als je nek ontspannen blijft. Je hand hoeft voor deze oefening niet boven je hoofd uit te komen.
De hier beschreven cyclus is een leervorm, geen vaste armreeks voor elke Flamencostijl. Vingerbewegingen, polscirkels en percussief voetenwerk laten we voorlopig buiten beschouwing. Het principe om armen en benen eerst apart te oefenen, vermindert het aantal taken dat tegelijk om je aandacht vraagt. Ook het langzaam tellen dient hier alleen als houvast, niet als compás van een bepaalde palo. Pas in een muzikale context krijgt de frase haar accenten, bijvoorbeeld wanneer je een Flamencopassage met livemuziek repeteert.


