Soleá en Alegrías delen de telling, niet de vormgeving
Als je het dansen van Soleá en Alegrías vergelijkt, geeft de gangbare basistelling je eerst dezelfde kaart: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, met accenten op 3, 6, 8, 10 en 12. De afstanden zijn ongelijk: na twee groepen van drie volgen drie groepen van twee. Deze verdeling hoort bij de Flamenco Compás, maar is nog niet genoeg om de Palo eenduidig te herkennen.
De eerste vergelijkingsoefening bestaat uit slechts twee cycli. Geef elke puls een kleine gewichtsverplaatsing en markeer alleen de vijf basisaccenten met Palmas. Kies in de eerste ronde een rustig Soleá-tempo en geef de beweging tussen de accenten bewust ruimte. Gebruik in de tweede ronde een Alegrías-begeleiding: de beweging voelt doorgaans lichter en meer naar voren gericht, ook al blijven de accentcijfers hetzelfde.
Dit is geen vaste regel voor elke interpretatie. Soleá kan tijdens een dans versnellen, en Alegrías zijn niet voortdurend lichtvoetig. De oefening licht één verschil uit, in plaats van volledige choreografieën na te bootsen. In de gids Flamenco leren dansen vind je een bredere introductie. Dit is de belangrijkste observatie: dezelfde ritmische kaart laat ruimte voor verschillende dansfraseringen.

