Twee drietallen gaan over in drie tweetallen
Het Guajiras-compás kun je begrijpen als een afwisseling van 6/8 en 3/4. Voor de beweging is de hoorbare indeling in eerste instantie nuttiger dan de maatsoort: 3 + 3 + 2 + 2 + 2. De twaalf onderliggende pulsen lopen gelijkmatig door. Alleen de afstand tussen de groepsbeginnen verandert.
We gebruiken hier de telwijze 12, 1, 2 | 3, 4, 5 | 6, 7 | 8, 9 | 10, 11. De verticale strepen scheiden de groepen. Twaalf is in deze weergave het begin, niet een extra tel na het einde. Na elf volgt weer twaalf.
Op twaalf en drie opent zich telkens een groep van drie tellen. Vanaf zes volgen drie kortere groepen van elk twee pulsen. Je hoort dus eerst twee langere eenheden en daarna drie kortere antwoorden. Dit is geen tempowisseling: tussen zes en zeven verstrijkt evenveel tijd als tussen twaalf en één.
Deze groepsgrenzen vormen een basisstructuur, geen voorschrift voor alle hoorbare accenten. Zang en begeleiding kunnen daar andere accenten aan toevoegen. Voor een eerste Marcaje biedt deze structuur toch duidelijke momenten waarop je beweging kan aankomen of van richting kan veranderen.

