Het standbeen verbindt de basispassen
Veel basispassen in Line Dance bestaan uit een paar vertrouwde bewegingen. De namen ervan maken de beschrijving korter, maar vervangen niet de vermelding van de voet en de richting. Doorslaggevend is: Op welk been rust je gewicht na de beweging? Dat bepaalt welke voet daarna vrij is.
Bij een Step zet je je voet neer en verplaats je je gewicht ernaartoe. Bij een Touch tik je met je vrije voet de vloer aan, zonder van standbeen te wisselen. Bij een Rock Step verplaats je je gewicht naar de ene voet en vervolgens terug naar de andere. Recover verwijst daarbij naar het terugverplaatsen van je gewicht. Je bovenlichaam hoeft hiervoor niet ver naar voren of naar achteren te kantelen.
Een Grapevine bestaat uit opzij stappen, achterlangs kruisen en weer opzij stappen. Een aansluitende Touch of sluitpas wordt apart vermeld: de laatste beweging bepaalt welke voet vrij is. Bij de Jazz Box volgen doorgaans kruisen, achteruit, opzij en vooruit of sluiten, afhankelijk van de beschrijving.
Deze begrippen zijn geen complete dansen. Een Grapevine kan op verschillende plekken en in uiteenlopende varianten voorkomen. Als je alleen de voetposities onthoudt, mis je het verband. Als je ook het gewichtsverloop in gedachten houdt, herken je dezelfde bouwsteen weer in een onbekende reeks.



