Tellen meten tijd, niet hoeveel stappen je zet
Een tel is in deze oefening een slag van de gelijkmatige basispuls. Acht tellen vormen een overzichtelijk oefenblok, in de gebruikelijke 4/4-maat komen ze overeen met twee maten. Ze betekenen niet automatisch acht stappen: tussen twee getallen kunnen meer voetbewegingen plaatsvinden en op een getal kan een hold staan. De puls loopt onafhankelijk door van het aantal bewegingen dat je uitvoert.
Voor gelijkmatige onderverdelingen zeg je eerst „één en twee”. De uitgesproken „en” staat voor & en verdeelt de afstand tussen de getallen in twee gelijke delen. Je kunt het ritme nog verder verfijnen met „één e en a twee”: tussen één en twee passen vier even lange delen. De a is daarbij het laatste kwartpunt voor twee. Spreek het uit als een korte „a”, niet als „en”.
Deze timing kun je later opnieuw gebruiken bij de Line Dance Shuffle-stap of de Coaster Step. De stapbewegingen oefen je apart. Let op de grens van het ritme: bij swing- of shuffleritmes zijn onderverdelingen niet altijd even lang. Een a is daarom geen universele tijdswaarde voor alle muziek; hier oefen je nadrukkelijk de gelijkmatige onderverdeling.




