Ga naar hoofdinhoud
Clubdanstechniek5 minuten

Hoe Twerk ontstaat uit bekkenkanteling en knie-impulsen

Door Mary De LucaBijgewerkt op

Kort gezegd
  • Bij twerken maak je ritmische bekkenbewegingen door je bekken gecontroleerd te kantelen en, afhankelijk van de variant, ondersteunende knie-impulsen te maken.
  • Een stabiele houding en een goede gewichtsverdeling laten je bekken bewegen zonder je rug geforceerd hol te trekken.
  • Tempo ontstaat door herhaalbare, kleine bewegingen, niet door zo diep mogelijke kniebuigingen of een maximaal bewegingsbereik.
  • Twerk, Dancehall, Amapiano, Azonto en Shaku Shaku zijn geen uitwisselbare namen voor dezelfde danstechniek.

In een video lijkt een beweging vaak enorm, hoewel de eigenlijke impuls klein is. Als je alleen het zichtbare gewiebel nadoet, blijft gemakkelijk verborgen welke lichaamsdelen de beweging veroorzaken en welke die alleen maar doorgeven.

DefinitieBekkenkanteling

Bekkenkanteling is het voor- en achterwaarts kantelen van het bekken ten opzichte van de romp. Daarbij verandert de stand van het bekken, zonder dat je per se een stap zet.

Het bekken beweegt, de houding creëert ruimte

Bij twerken is de zichtbare nabeweging niet hetzelfde als de bewegingsimpuls. Spieren veranderen de stand van het bekken, zacht weefsel reageert daarop. Daarom kan dezelfde gecontroleerde beweging er bij twee mensen anders uitzien. Aan de hoeveelheid gewiebel kun je de techniek niet aflezen.

Een voorwaartse kanteling van het bekken verandert de stand zo dat de billen verder naar achteren wijzen. In de tegenovergestelde richting beweegt het schaambeen meer naar de buik toe en trekt het zitvlak iets onder de romp. De onderrug beweegt daarbij mee, maar je moet die niet met geweld hol trekken. Een kleine, comfortabele beweging is genoeg om het verschil tussen de richtingen te voelen.

In een iets bredere stand geven zacht gebogen knieën het bekken bewegingsruimte. Je tenen mogen licht naar buiten wijzen, je knieën volgen die richting. Met een lichte voorwaartse buiging vanuit de heupen blijft je romp ondersteund, in plaats van in te zakken. Je gewicht rust boven het steunvlak van je voeten en verschuift niet onbedoeld naar de rand ervan.

Deze bekkenbeweging zonder paal heeft een ander zwaartepunt dan de trainingsvormen in de vergelijking tussen Pole Dance en Heels Dance. Om ermee te beginnen heb je geen paal of hakken nodig.

Het contact met de vloer bepaalt mede of een impuls gericht wordt doorgegeven of verloren gaat aan het herstellen van je evenwicht.
Het contact met de vloer bepaalt mede of een impuls gericht wordt doorgegeven of verloren gaat aan het herstellen van je evenwicht.

Kniepulsen en tempo worden vaak met elkaar verward

Snel buigende en strekkende knieën kunnen een ritmische impuls via de benen naar het bekken overbrengen. Dat verklaart waarom Twerk er soms uitziet als een reeks piepkleine kniebuigingen. Maar kniebeweging alleen garandeert geen gerichte bekkenkanteling: je kunt krachtig veren terwijl je bekken en romp als een onbeweeglijk blok meebewegen.

Afhankelijk van de variant zijn je knieën een ondersteuning of een duidelijke aandrijving. Je hoeft ze daarbij niet volledig te strekken. Een afwisseling tussen iets meer en iets minder buiging kan genoeg zijn. Je bekken zijwaarts verschuiven is bovendien iets anders dan het naar voren en achteren kantelen. Als je die twee bewegingen door elkaar haalt, zie je wel beweging, maar kun je het verloop minder makkelijk herhalen.

Ook zijn muziektempo en bewegingstempo niet hetzelfde. Je kunt op elke tweede tel een impuls geven en toch op de muziek dansen. Pas als de richting bij die rustigere puls behouden blijft, worden extra impulsen begrijpelijk. Bij een hoger tempo wordt de beweging vaak kleiner, niet krachtiger.

Een lage houding belast je benen zwaarder en is niet automatisch technisch beter. Posities waarbij je steun hebt, kunnen je evenwicht vergemakkelijken, maar je moet nog steeds zelf de controle houden. Omgekeerde posities en lange reeksen op de grond zijn geen vereiste om Twerk te leren.

Hoe je gecontroleerd bekkenwerk herkent

Zo doe je dat

  • Kantel je bekken naar voren en achteren, zonder tot het uiterste te gaan
  • Buig je knieën in de richting van je tenen
  • Houd je gewicht boven het steunvlak van je voet
  • Herhaal kleine bewegingen op hetzelfde ritme

Niet zo

  • Je onderrug hol trekken voor meer uitslag
  • Je knieën naar binnen laten vallen
  • Op je tenen gaan staan om zichtbaar te wiebelen
  • Bij een hoger tempo de beweging steeds groter maken

Een beweging heb je pas goed begrepen als je die ook langzaam en zonder vaart kunt onderscheiden.

redactie van udansa

Verwante bewegingen maken nog geen gedeelde stijl

Twerk wordt vooral geassocieerd met Afro-Amerikaanse danspraktijken en de bounce-scene van New Orleans. Vergelijkbare bekkenbewegingen komen ook in andere tradities voor, maar een vergelijkbare lichaamsbeweging bewijst niet dat de oorsprong of muzikale betekenis dezelfde is. Een algemeen verhaal over de oorsprong van alle Afrikaanse en Caribische clubdansen schiet daarom tekort.

Dancehall is een Jamaicaanse muziek- en danscultuur. Genoemde Dancehall-passen en hun makers horen bij het begrip ervan. Dancehall Queen Style kan bekkenwerk en grondwerk bevatten, maar is geen andere naam voor Twerk. Amapiano komt uit Zuid-Afrika; bij Amapiano-dansen bepalen muzikale accenten, gewichtsverplaatsingen en voetenwerk de beweging, niet een verplicht bekkenpatroon.

Azonto wordt geassocieerd met Ghana en maakt onder meer gebruik van ritmisch lichaamswerk en gebaren die alledaagse handelingen uitbeelden. Shaku Shaku is een Nigeriaanse straatsdans met een kenmerkende wisselwerking tussen voeten, knieën en armen. Azonto leren betekent dus niet simpelweg een Twerk-variant instuderen.

Een Twerk-cursus moet bekkenkantelingen, impulsen en stabiele houdingen begrijpelijk aanleren. Een les in een andere stijl heeft de bijbehorende muziek, bewegingswoordenschat en culturele context nodig. Een open mix kan zinvol zijn, zolang de onderdelen herkenbaar blijven. Hoe leerdoelen en lesvorm op elkaar aansluiten, lees je ook in de gids voor het kiezen van een danscursus voor volwassenen.

Twee ingangen tot dezelfde beweging

Staand

De vloer draagt je gewicht

Staand werk maakt knie-impulsen voelbaar

Staand kun je bekkenkanteling combineren met kleine veranderingen in de buiging van je knieën. Je voeten dragen je gewicht, terwijl je merkt hoe sterk je benen bijdragen aan het zichtbare ritme.

Ondersteund

Extra steun maakt balanceren minder belastend

Ondersteuning maakt de richting duidelijker

Met licht handcontact op je eigen bovenbenen kan je oriëntatie in een voorovergebogen stand eenvoudiger worden. Je knieën blijven vrij van druk, terwijl je de richting van je bekken met minder compenserende bewegingen kunt onderscheiden.

Veelgestelde vragen

  1. nee, voor Twerk is geen bepaalde kontmaat nodig. Je lichaamsbouw, kleding en zacht weefsel beïnvloeden hoe zichtbaar een beweging natrilt. Je merkt of je de beweging beheerst aan de richting en het ritme van je bekken, niet aan hoe sterk je lichaam wiebelt vergeleken met een video.

Vind mensen voor jouw ritme

Op udansa vind je danscontacten met wie je bekkenbewegingen kunt oefenen of een Twerk-cursus kunt volgen. Beschrijf daarbij concreet welke stijl en welk leertempo je zoekt.

Vind mensen voor jouw ritme