Het kostuum wordt de tegenhanger van je beweging
Een jas is in eerste instantie kleding. Op het podium kan die daarnaast een uniform, een schild of een trots getoond bezit zijn. Welke betekenis zichtbaar wordt, hangt af van hoe je ermee omgaat. Strijk je nuchter je revers glad, dan komt dat anders over dan wanneer je diezelfde plek presenteert als een kostbare vondst.
Bij burlesque zonder striptease vormt die relatie de basis van de kostuumactie. Het publiek moet een bewuste keuze kunnen herkennen, niet zomaar een handeling. Een aanraking van de kraag krijgt betekenis als je er aandacht aan schenkt en daarna anders verder speelt. Wie daarentegen tijdens het dansen voortdurend de kleding goed trekt, laat in eerste instantie alleen een praktische aanpassing zien.
Vaak is één opvallend detail genoeg: een brede kraag, een contrasterende voering of een soepel vallende doek. De rest van de kleding mag gerust eenvoudig blijven. Zo trekken niet meerdere bewegende stoffen tegelijk de aandacht. Hoe je de aandacht verlegt tussen het kledingstuk en je publiek, lees je op de pagina over blikregie in burlesque. Hier telt vooral welke rol je kostuum op dat moment krijgt: wordt het getoond, herschikt of demonstratief ongemoeid gelaten?




