Met de beenklem zet je trekken om in jezelf oprichten
Bij de Basic Climb ontstaat hoogte door afwisseling: je zet je benen tegen de paal, zet druk op het contact en richt jezelf op. Daarna kunnen je handen hoger grijpen. Je armen blijven meedoen, maar hoeven niet de hele weg als een pull-up af te leggen. Een beenklem is pas bruikbaar als die onder lichte belasting blijft zitten. Alleen je knieën tegen elkaar brengen is daarvoor niet genoeg.
Bij een veelgebruikte beginnersvariant ligt één scheenbeen voor de paal, terwijl de kuit van het andere been van achteren contact maakt. Je gebogen benen klemmen de paal vast, met aanvullend contact rond de knieën. Je drukt daarbij niet de knieschijven recht tegen het metaal. De stand van je voeten en het precieze contactpunt hangen af van de aangeleerde variant en je lichaamsverhoudingen. Daarom laat de docent je eerst met je voeten op de grond zien hoe je de benen plaatst.
De volgende oefening eindigt nadat je jezelf een klein stukje hebt opgericht. Een tweede klimcyclus hoort er pas bij als de eerste, inclusief de afdaling, stabiel lukt. Voor het voorbereidende handcontact helpt de gids over fouten bij de Basic Grip je verder. Waarom je hier eerst zonder draaiing oefent, legt het verschil tussen Static Pole en Spinning Pole uit. Een bovenbeenzit of omgekeerde positie hoort niet bij deze klimreeks.




