De basispas verbindt vier gewichtsverplaatsingen
In de gangbare eenvoudige basispas van de Foxtrot volgen op twee looppassen een zijpas en een sluitpas. De leidende persoon begint bijvoorbeeld links voorwaarts, stapt rechts voorwaarts, zet links opzij en sluit rechts aan met gewichtsverplaatsing. De volgende persoon begint overeenkomstig rechts achterwaarts, dan links achterwaarts, rechts opzij en sluit links aan. In een veelgebruikte beginvolgorde volgt daarna een overeenkomstige doorgang in de tegenovergestelde richting. Dansscholen kunnen de introductie op verschillende manieren opbouwen.
Je telt langzaam, langzaam, snel, snel. Een langzame pas duurt twee tellen, een snelle één. Zo zijn vier passen verdeeld over zes tellen. Langzaam betekent dus niet dat je twee passen maakt of tussendoor op beide voeten stil blijft staan. Je neemt meer tijd voor een gewichtsverplaatsing.
Ook de sluitpas is een volledige pas met gewichtsverplaatsing. Juist hier maken veel beginners fouten: beide voeten staan naast elkaar, maar het gewicht blijft op het standbeen. Daardoor wordt de voet die je hierna wilt gebruiken nog belast. De volgorde lijkt dan vergeten, terwijl er eigenlijk alleen nog een gewichtsverplaatsing ontbreekt. Als je steeds naar beneden kijkt, merk je bovendien later op waar je danspartner naartoe beweegt.


