Een open sluitpas kan eerder in de maat ontstaan
Als er bij de geplande sluitpas een opening blijft, ligt de oorzaak vaak in de pas ervoor. Een erg grote voorwaartse of zijwaartse pas vraagt om een lange terugweg van de vrije voet. Tot de volgende tel is er dan niet genoeg tijd voor de beweging. Dit geldt zowel voor sluitpassen in de langzame wals als voor bekende rechtsdraaiingen in de Weense wals. Sluiten is echter geen regel voor elke walsfiguur: bij een kruispositie zou je voeten bij elkaar zetten een verkeerde correctie zijn.
Om dit te observeren, kun je de wals alleen oefenen: dans een reeks die je al hebt geleerd zonder te draaien, voor zover de opbouw van de passen dat toelaat. Stop even na de geplande sluitpas. Staan je voeten bij elkaar en is de andere voet vrij voor de volgende pas? Een gesloten positie alleen bewijst nog geen gewichtsverplaatsing.
Herhaal dezelfde reeks met kleinere eerste en tweede passen. Lukt het sluiten nu op tijd, dan hoef je de laatste pas niet te versnellen. Je hebt vooraf minder afstand te overbruggen. In de langzame wals kun je rustig naar dit moment kijken; bij de Weense wals voorkomt een compactere reeks dat je vrije voet steeds achterop raakt. Oefen daarbij alleen passen die je al kent, geen zelfbedachte minifiguur.


