Drie patronen maken verschillende routes zichtbaar
Een patroon is een herkenbare bewegingsreeks. In de lessen wordt vaak een eerste basispatroon aangeleerd als basispas van West Coast Swing, maar geen enkele stap verklaart de hele dans. Voor de dansfiguren helpen drie verschillende routes je op weg: naderen en omkeren, langs elkaar heen gaan en roterend terugleiden.
Bij de Sugar Push komt de volger op de leider af. De leider vangt de toenadering op, vaak met contact met beide handen. Uit een korte compressie ontstaat de omkering: de volger beweegt weer achteruit langs de baan. De omkering komt voort uit afgestemde lichaamsbeweging, niet uit een duw met de handen.
Bij de Left Side Pass maakt de leider ruimte, zodat de volger aan zijn linkerkant voorbijgaat. De volger bereikt het andere uiteinde van de slot, in plaats van voor de leider om te keren. De Underarm Pass volgt ook een route waarbij je elkaar passeert, aangevuld met de leiding onder de opgeheven arm.
Bij de Whip neemt de leider de volger op in een tijdelijk gesloten verbinding. Samen maken ze een draai, voordat de volger weer langs de slot naar buiten beweegt. Daarom is de Whip niet zomaar een langere Side Pass. Wil je deze naast andere Swing-technieken plaatsen, dan geeft het overzicht van de leerroute binnen Swing je het grotere geheel.

