Van een pauzeact naar twee eigen producties
Riverdance begon in 1994 als pauzeact tijdens het Eurovisiesongfestival in Dublin. Het korte optreden met Jean Butler en Michael Flatley bracht Irish Dance voor een internationaal televisiepubliek. De compositie van Bill Whelan combineerde een rustiger begin met een krachtige dansante opbouw. Door de overgang naar het grote ensemble werd precieus voetenwerk een beeld dat ook zonder voorkennis begrijpelijk was.
In 1995 volgde de avondvullende toneelproductie. Producent Moya Doherty en regisseur John McColgan ontwikkelden het televisieoptreden tot een groter geheel: Ierse afkomst, een nieuwe start, emigratie en ontmoetingen met andere culturen. Het bekende ensembleoptreden werd zo onderdeel van een avond, niet de volledige inhoud ervan.
Michael Flatley verliet Riverdance in 1995 en bracht in 1996 Lord of the Dance op de planken. Daarvoor werd eigen muziek van Ronan Hardiman gecomponeerd en ontstond een concept dat sterker gericht was op herkenbare personages. De gedeelde geschiedenis van de betrokken artiesten verklaart de gelijkenis, maar maakt van de producties geen twee versies van dezelfde show.
Als je Riverdance en Lord of the Dance met elkaar vergelijkt, vergelijk je daarom artistieke keuzes. Je vergelijkt geen twee traditionele scholen en ook geen twee vaste manieren om Irish Dance in de les te leren.




