De begeleiding had aanvankelijk een concrete taak
De geschiedenis van de Schembartlauf begint in Neurenberg niet met een zelfstandige dansact, maar met een tocht door de straten. De kettingdans van de slagers wordt voor het eerst vermeld in 1397. Volgens de overlevering kregen de slagers het privilege om tijdens carnaval te dansen als beloning voor hun trouw aan de raad. Dat verklaart de bijzondere stedelijke context, maar nog niet de latere gemaskerde optocht.
De gemaskerde begeleiding baande de weg voor de dans. Stel je die taak ruimtelijk voor: een groep heeft een aaneengesloten bewegingsruimte nodig terwijl mensen toekijken. Wie vooroploopt en ruimte maakt, verbindt het optreden van de dansers met de straat. De begeleiding is dus niet slechts decoratie, maar vervult een functie in het verloop.
Uit deze begeleiding is vermoedelijk de Schembartlauf ontstaan. De slagersdans en de gemaskerde optocht hangen met elkaar samen, maar zijn niet hetzelfde. Hun oorsprong in een gemeenschappelijk feestelijk verband maakt ze nog niet tot één dansvorm. Juist dit onderscheid helpt je de ontwikkeling te begrijpen: een activiteit die een ander optreden mogelijk maakt, kan later zelf als optreden worden gezien. De precieze danswijze van de slagers is daarvoor niet de doorslaggevende vraag.




