Door herhaling kun je midden in het lied instappen
Bij dansen waaraan iedereen kan meedoen, ontstaat de vorm tijdens het samen dansen. Je doet een beweging voor, de groep neemt die over en dezelfde beweging komt terug. Niemand heeft daarvoor een vaste rol of een uit het hoofd geleerd dansje nodig. De indeling onder Dansen tijdens carnaval helpt om spontaan meedoen te onderscheiden van voorbereide optredens.
Bij meedeinen verplaats je je gewicht langzaam van de ene naar de andere kant. Zittend houd je beide voeten op de grond, staand houd je je knieën losjes. Je kunt inhaken, maar dat hoeft niet. Eén persoon kan hetzelfde ritme ook zonder aanraking meedoen. Grote zijwaartse bewegingen brengen je buren juist uit balans.
Als je een polonaise wilt dansen, volg je iemand in een rij die in beweging is. Kleine stappen zijn genoeg, ingewikkelde passen horen er niet bij. De persoon vooraan bepaalt met de route hoe makkelijk de groep kan volgen. Ruime bochten zijn duidelijker dan plotselinge omkeringen.
Dansen in een kring en in een rij bieden verschillende oriëntatiepunten: in een kring zie je de bewegingen voorgedaan worden, in een rij volg je een route. Deze basisvormen kom je ook tegen bij internationale volksdansen en kringdansen, maar dat maakt een carnavalsdans nog niet tot een traditionele volksdans.




