Bewegingsvrijheid hangt af van de opdracht, niet van de naam
De selectie laat een verschuiving zien: aanvankelijk komt er meer sturing van buitenaf, later wordt er meer zelf vormgegeven. Dit is geen vaste trap die je in een therapie moet doorlopen. Een open improvisatie kan door een beperkende ruimtelijke opdracht sterker begrensd zijn dan ritmisch bewegingswerk waarbij alleen de puls vastligt. Symbolische beweging kan op haar beurt gebaseerd zijn op een duidelijk begeleide sequentie.
Daarom zijn drie aparte vragen nuttig: Wie bepaalt de vorm, wie bepaalt het tempo en wie bepaalt de betekenis? Bij het spiegelen kan de vorm van de ander komen, terwijl degene die de beweging uitvoert de grootte en het tempo aanpast. Bij een symbolische beweging mag een persoonlijke interpretatie openblijven, ook als de beweging zelf heel eenvoudig is. Grotere bewegingen zijn daarbij niet automatisch vrijere bewegingen.
Deze begrippen verwijzen naar werkwijzen binnen professionele begeleiding, niet naar aanwijzingen voor zelfbehandeling. Het overzicht van danstherapie licht het therapeutische kader toe; de mogelijke opbouw van een danstherapiesessie gaat in op de tijdsindeling. Voor de vergelijking van de methoden telt hier alleen welke keuzes de concrete bewegingsopdracht al vastlegt en welke ze openlaat. Dezelfde zichtbare beweging kan daarom bij verschillende werkwijzen horen.



