De totale tijd bestaat uit drie verschillende onderdelen
Als je de lengte van jullie nummer bepaalt, maak dan onderscheid tussen opkomst, dansgedeelte en vertrek. Het muziekbestand kan alle drie de onderdelen begeleiden, of alleen het dansgedeelte. Daarom is de speelduur geen betrouwbare vervanging voor de duur van het optreden. Voor het nummer telt de tijd vanaf het moment dat jullie voor het eerst zichtbaar de vloer betreden totdat jullie de vloer volledig hebben verlaten.
Een rekenvoorbeeld, geen voorschrift: een opkomst van 30 seconden, drie minuten dans en een vertrek van 30 seconden zijn samen vier minuten. Begint de dans al tijdens de opkomst, dan tel je die seconden maar één keer. Tel overlappende onderdelen niet extra op bij de totale duur.
Drie tot vijf minuten is een mogelijke richtlijn voor een compacte gezamenlijke opening, geen bindende regel voor een bal. Ook een korter nummer kan compleet aanvoelen. Voor meer tijd moet er een reden zijn in wat het publiek ziet gebeuren. In het overzicht over de openingsdans op het eindexamenbal voor de jaargroep lees je hoe de opening als gezamenlijke opdracht samenhangt. Voor de keuze van de lengte blijft dit belangrijk: niet elke minuut die jullie op de vloer doorbrengen, is een minuut dans.



