Vier stappen duren zes muzikale tellen
De basisreeks die hier wordt uitgelegd, hoort bij de sociale Foxtrot, zoals je die vaak leert in een beginnerscursus. Het is een rechte reeks zonder draai. De termen Slow, Slow, Quick, Quick beschrijven de duur van de stappen: een Slow duurt twee muzikale tellen, een Quick één. Zo duren vier stappen in totaal zes tellen. Bij een Slow zet je één stap en laat je de tijd verstrijken, in plaats van op elke tel een nieuwe stap te zetten.
Om te beginnen helpt de telwijze één-twee, drie-vier, vijf, zes. Je voeten landen op één, drie, vijf en zes. Dit is een oefentelwijze voor de reeks, geen nieuwe maatsoort: Foxtrot wordt in vierkwartsmaat gedanst. Als je de reeks later zonder onderbreking herhaalt, begint dus niet elke basisreeks op de eerste tel van een maat.
De namen van de voeten verwijzen altijd naar je eigen lichaam. Als jullie tegenover elkaar staan, is jouw links niet hetzelfde als het links van je partner. Daardoor brengen de twee zijwaartse stappen jullie samen naar dezelfde kant van de ruimte. Meer informatie over de verschillende dansvormen vind je onder Foxtrot, Slowfox en Quickstep. In het overzicht over Foxtrot leren in de sociale dans lees je hoe je dit samen in de praktijk brengt.


