Ga naar hoofdinhoud
Wedstrijddans5 minuten

Rock-'n-rollwedstrijdklassen: wat het verschil is tussen de scholierenklasse en A

Door Bernhard De LucaBijgewerkt op

Kort gezegd
  • Bij de DRBV vormen scholieren en junioren de jeugdafdeling, terwijl C, B en A verschillende prestatie-eisen vastleggen.
  • In de scholierenklasse is acrobatiek niet toegestaan; in C, B en A nemen de omvang en de toegestane moeilijkheidsgraad toe.
  • Voettechniek blijft in elke klasse belangrijk, ook wanneer er uitdagendere acrobatiek bijkomt.
  • Voor je trainingsdoel zijn de geldende DRBV-klassebeschrijving en acrobatiekvoorschriften bepalend, niet de benaming van een cursusniveau.

Starten met een trainingspartner

Op udansa connect vind je mensen om regelmatig samen te trainen in partnerdans. Beschrijf of je dansbasis wilt opbouwen of samen je debuut op een Rock'n'Roll-toernooi wilt maken.

Starten met een trainingspartner

Een spectaculair optreden vertelt nog niet in welke klasse een paar mag uitkomen. Wie de klassen van elkaar onderscheidt, herkent achter de luchtacrobatiek ook het danswerk en kan het eigen trainingsdoel nauwkeuriger formuleren.

DefinitieVoettechniek

Voettechniek verwijst in de sportieve Rock'n'Roll naar de dansuitvoering van basispassen, kicks en figuurverbindingen op het ritme van de muziek. Ook lichaamshouding en de timing tussen beide partners horen erbij.

Jeugdklassen en prestatieklassen zijn twee indelingen

De Duitse Rock'n'Roll- en Boogie-Woogie-bond, kortweg DRBV, maakt bij Rock'n'Roll-paardans onder meer onderscheid tussen Schüler, Junioren en de klassen C, B en A. Deze benamingen staan niet allemaal op dezelfde schaal van beginner tot professional. Schüler en Junioren delen de jeugd in; de letters beschrijven een sportieve prestatiereeks. Een volwassene begint daarom niet automatisch in de Schülerklasse.

In de Schülerklasse staat het dansoptreden zonder acrobatiek centraal. De basispas, de gezamenlijke uitvoering en de figuren moeten het programma dragen. Bij de Junioren komt daar een beperkt acrobatiekprogramma bij, zonder dat daarmee alle mogelijkheden van de volwassenklassen beschikbaar zijn.

De acrobatiekprogramma's geven een eerste houvast voor de letterklassen: C omvat drie acrobatische elementen, B vijf en A zes in de acrobatiekronde. Het aantal geeft de omvang aan, maar nog niet welke elementen zijn toegestaan. Ook leeftijdsgrenzen, startgerechtigdheid en promotie vallen onder aparte regels.

Een concreet voorbeeld: twee volwassenen kunnen als danser net beginnen en toch niet tot de jeugdcategorie worden gerekend. Omgekeerd kan een ervaren jeugdpaar uitdagend dansen, ook al blijft het repertoire beperkt door de leeftijd en de klasse. „Junioren” betekent dus beslist niet „zwak in dansen”.

Twee jonge vrouwen leren bewegingen en dans tijdens een sporttraining in een dansstudio
De klassenletter is geen kwaliteitskeurmerk voor afzonderlijke trucs, maar geeft de vereisten voor het volledige optreden aan.

C, B en A maken onderscheid tussen soorten acrobatiek

De verschillen tussen C, B en A zijn niet terug te brengen tot drie, vijf of zes elementen. Doorslaggevend is welke soorten bewegingen binnen het programma zijn toegestaan. Twee acrobatische elementen kunnen er even spectaculair uitzien en volgens de regels toch ver uit elkaar liggen.

De C-klasse beperkt het repertoire aanzienlijk: overslagen zijn geen onderdeel van het toegestane programma. In de B-klasse zijn geleide overslagen mogelijk. Daarbij blijft de acrobatische beweging geleid door het contact met de partner. Dat is iets anders dan een vrije rotatie, waarbij de persoon die door de lucht gaat tijdens de draai geen leidend contact met de partner heeft. Zulke vrije rotaties behoren tot het uitgebreidere acrobatische repertoire van de A-klasse, binnen de daarvoor vastgestelde grenzen.

Contact alleen is echter geen vrijbrief: de bepalingen hebben betrekking op specifieke elementen en uitvoeringsvoorwaarden. Een kort handcontact vóór een vluchtfase maakt een daaropvolgende vrije rotatie niet tot een geleide overslag.

Voor de indeling telt daarom het volledige bewegingsverloop, niet de alledaagse benaming ervan. Zo maakt ook het onderscheid tussen partnerdans en showelementen bij Salsa duidelijk dat visueel effect iets anders is dan de functie van de dansbeweging. Op basis van een indrukwekkende video kun je niet afleiden wat is toegestaan in jouw startklasse.

Hoe je de lessen correct indeelt

Juist

  • Leerlingen en junioren indelen als jeugdklassen
  • Het aantal acrobatische elementen en de toegestane bewegingssoorten apart bekijken
  • Voettechniek ook bij acrobatieklassen als beoordelingsonderdeel zien
  • Een vrije rotatie onderscheiden van een begeleide overslag

Misverstand

  • Elke volwassen beginner indelen in de beginnersgroep
  • Uit minder acrobatische elementen automatisch eenvoudigere tricks afleiden
  • Voettechniek vanaf niveau B beschouwen als louter een pauze tussen tricks
  • Elke overslag aanzien voor een vrij uitgevoerde salto

Danscursussen voor koppels met een gezamenlijke basis

Op udansa vind je danscursussen voor koppels om samen ritme en afstemming te oefenen; Rock'n'Roll-training voor specifieke klassen hoort thuis bij een gespecialiseerde vereniging.

Bekijk alle passende cursussen

Komende evenementen in deze dansstijl

Een toegestane acrobatische figuur is nog geen beheerste acrobatische figuur, en een beheerste acrobatische figuur is niet automatisch in elke les toegestaan.

Redactie voor de dansgids

Je trainingsdoel vraagt om een concrete klassebeschrijving

Met meer acrobatiek verdwijnt de voettechniek niet. In het dansgedeelte blijven ritme, lichaamshouding, precieze kicks en de gezamenlijke uitvoering zichtbaar. De basisprincipes van de Rock'n'Roll-kicktechniek leggen de afzonderlijke beweging uit; de klasse bepaalt binnen welk totaalprogramma die wordt beoordeeld.

In de A-klasse worden voettechniek en acrobatiek in afzonderlijke uitvoeringen getoond. Dat vraagt om twee programma's met een verschillende opbouw: een dansreeks zonder acrobatiek en een acrobatische reeks met dansverbindingen. Een paar met goede vliegfiguren heeft daardoor nog niet automatisch een even overtuigende voettechniekronde.

Voor je doel zijn het geldende DRBV-toernooireglement en de bijbehorende bepalingen voor klassen en acrobatiek doorslaggevend. Controleer een keer de geldende versie voor de klasse die je voor ogen hebt, inclusief de leeftijds- en promotieregels en de toegestane elementen. Een cursusomschrijving als „Gevorderden” vervangt die indeling niet.

Zo kun je een trainingsdoel concreet formuleren: „We ontwikkelen een precieze reeks voor de C-klasse” zegt meer dan „We willen moeilijkere trucs”. De klassebeschrijving bepaalt het kader, de begeleiding van de trainer helpt je daarbinnen een programma te ontwikkelen dat je beheerst. Acrobatiek hoort thuis in een training onder begeleiding, met geschikte beveiliging, niet in het zelfstandig nadoen van wedstrijdvideo's.

Twee verschillende trainingsaccenten

Dans

Precisie tijdens de hele choreografie

Ritme, houding en gezamenlijke uitvoering

Een danspaar werkt aan gelijktijdige kicks, duidelijke dansfiguren en stabiele overgangen. Dit werk verbetert het dansgedeelte van het optreden, zonder dat daar nieuwe acrobatiek voor nodig is. Het blijft ook relevant wanneer je naar een hogere klasse overstapt.

Acrobatiek

Moeilijkheidsgraad binnen een grens

Toegestaan repertoire en een beheerste uitvoering

Een paar ontwikkelt met deskundige begeleiding een repertoire dat bij de startklasse past. Daarbij zijn zowel de toegestane bewegingsvorm als een betrouwbare uitvoering van belang. Een grotere keuze biedt andere combinaties, maar vervangt het werken aan de dansverbindingen niet.

Veelgestelde vragen

  1. Nee, de scholierenklasse is een jeugdklasse en geen algemeen beginnersaanbod. Voor volwassenen is daarom niet het woord „scholieren” doorslaggevend, maar de startklasse waarvoor ze in aanmerking komen. Een beginnerscursus bij een vereniging en een startklasse zijn twee verschillende indelingen.