Een oefendoel moet voor jullie allebei herkenbaar zijn
Voor een vaste oefenpartner in Stuttgart helpt een doel dat jullie tijdens het dansen kunnen observeren. ‘Beter worden’ laat in het midden wie waaraan moet werken. ‘Na de draai staan we allebei stevig op de voet waarop we moeten landen’ beschrijft daarentegen een gezamenlijk eindpunt. De leidende en volgende persoon hebben daarbij verschillende taken, maar letten op hetzelfde punt.
Een zichtbare fout is nog geen zekere verklaring voor de oorzaak ervan. Als iemand te laat uit de draai komt, kan dat komen door een te laat signaal, een te grote stap of een onvolledige gewichtsverplaatsing. Verander daarom maar één ding en herhaal dezelfde passage. Aan de hand van het voorbeeld zie je dat bij duidelijke richtingssignalen in Foxtrot: de voorbereiding van de beweging is een gezamenlijke taak, niet alleen de zichtbare draai.
Een partnerschap wordt stevig als jullie allebei herhalingen accepteren. Wie uitsluitend nieuwe figuren wil verzamelen, past misschien niet bij iemand die bekende overgangen wil stabiliseren. Het oefenplan tussen twee cursuslessen helpt jullie om het klein te houden. Zelfstandig oefenen versterkt wat jullie al kennen; onbekende liften, steunen of risicovolle figuren horen niet bij jullie oefeningen. Als de techniek onduidelijk is, noteren jullie welk punt nog openstaat, in plaats van elkaar met kracht in een positie te brengen.







