Het lied bepaalt niet automatisch de dans
Voor jullie openingsdans in Neurenberg is het lied het uitgangspunt, maar nog geen kant-en-klare lesinstructie. Een langzaam lied heeft niet automatisch een walsmaat. Bij de wals tel je drie tellen per maat, veel ballads hebben er vier. Ook een lange instrumentale intro of een vrij gezongen inleiding bepaalt wanneer jullie betrouwbaar kunnen inzetten. Daarom hoort de exacte opname bij de lesopdracht, niet alleen de titel van het lied.
De choreografie verbindt muziek en beweging: op een terugkerend refrein kunnen jullie telkens dezelfde vertrouwde reeks dansen, op een rustig gedeelte kleinere passen. Een openingsdans die je goed kunt leren, heeft overgangen die jullie samen aankunnen, niet alleen afzonderlijke mooie poses. Een draai is pas bruikbaar als jullie daarna zonder zoeken verder kunnen dansen. Voor passende walsmuziek laat de figurenreeks in de langzame Waltz zien hoe bewegingen op elkaar aansluiten.
De tweede maatstaf is de tijd die jullie hebben om te herhalen. Tijdens de les kunnen bewegingen worden uitgelegd, maar pas door zelf te oefenen kunnen jullie ze samen oproepen. Een oefenplan tussen twee danslessen helpt jullie om daarvoor realistische momenten te vinden. Met een paar vertrouwde onderdelen houden jullie bovendien aandacht over voor oogcontact en de muziek.








