De vrije voet bepaalt de volgende overgang
Deze stapcombinatie in de langzame wals gebruikt volledige rechtsomse en linksomse draaien, geen halve draaien en geen spin. Elke draai omvat zes stappen over twee maten. Het beslissende punt is het been waarop je gewicht rust aan het einde: na de rechtsomse draai rust het gewicht van de leidende rol op het linkerbeen, na de linksomse draai op het rechterbeen. Meteen van draairichting wisselen zou daarom de verkeerde beginvoet vereisen.
De gesloten wissel zorgt voor de juiste vrije voet, zonder een extra maat pauze in te lassen. Met rechts of links als beginvoet bedoelen we hier altijd de beginvoet van de leidende rol. De volgende rol gebruikt telkens de andere voet. Je hebt dus geen extra stappen nodig om beide rollen op elkaar af te stemmen.
In deze specifieke volgorde begint de leidende rol schuin naar de muur en eindigt de rechtsomse draai schuin naar het midden. De linksomse draai brengt de rol vervolgens weer schuin naar de muur. Het gaat om kijkrichtingen ten opzichte van de dansrichting, niet om vaste punten in de kamer. De volgende rol kijkt telkens in de tegenovergestelde richting.
De zes maten vormen een teleenheid, geen uitspraak over de opbouw van elk muziekstuk. Als je hiervan een langer gedeelte wilt maken, helpt de handleiding voor het korte walsdansslot. De afzonderlijke techniek van de bekende figuren laten we hier bewust buiten beschouwing.

