De maatgrens wordt het midden van je oefening
Als je wals tussen twee maten stokt, kan de oorzaak in het ingeoefende patroon liggen: je herinnert je drie stappen, maakt die groep af en haalt pas daarna de volgende op. Die korte denkpauze wordt zichtbaar als een stilstand. Dat gebeurt ook als je alle stappen afzonderlijk kent. Een bewuste pauze aan het einde van een oefening is daarentegen helemaal prima.
De verschoven oefenvensters veranderen waar je begint en stopt. Bij ‘twee, drie, één’ ligt de maatgrens midden in de oefening. Bij ‘drie, één, twee’ volgt er na de nieuwe één nog een stap. Je oefent dezelfde stappen in dezelfde volgorde, alleen met andere fragmenten. De tweede stap van een maat wordt dus niet ineens een nieuwe beginstap van de figuur.
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen een pauze en een ontbrekende gewichtsverplaatsing: als je gewicht na de drie op de verkeerde voet blijft, heeft de volgende stap eerst de vertrouwde gewichtsverdeling nodig. Voor een zichtbare opening tussen je voeten bij het sluiten is er de aparte oefening voor het volledig sluiten van de voeten in de wals. Andere oorzaken vind je bij de oefeningen tegen typische struikelblokken bij de wals. Hier blijft de opdracht beperkt: een bekende maatgrens passeren zonder onbedoeld stil te staan.


