De elegante tred maakt plaats voor een snel ritme
Wie begint met Tango Argentino, leert eerst lopen. Dit lopen is geen gewone manier van voortbewegen, maar een bewuste, glijdende verplaatsing van het lichaamsgewicht van de ene voet naar de andere. Elke stap wordt vanuit de heup ingezet, waarbij de voeten nauw contact houden met de vloer. Deze gedragen beweging past perfect bij het klassieke, vaak melancholische tango-ritme in een vierkwartsmaat. Hier is veel ruimte voor pauzes in de tango, waarin de beweging even bevriest om de melodie te voelen.
Zodra er echter een milonga wordt gespeeld, verandert de dynamiek fundamenteel. Het ritme is gebaseerd op een levendige tweekwartsmaat, die vaak sterk gesyncopeerd is. Het gedragen glijden maakt plaats voor een ritmisch, bijna verend karakter. Wie de Milonga ritme passen wil leren, merkt al snel: de passen worden korter, vlakker en aanzienlijk sneller gezet. Het voetenwerk vereist een fijne precisie, omdat de voeten de vloer nauwelijks nog verlaten om het hoge tempo foutloos te beheersen.


