Hoe een romantisch meesterwerk de danswereld revolutioneerde
De première van Giselle op 28 juni 1841 in Parijs markeert het absolute hoogtepunt van het romantische ballet. In een tijdperk waarin de kunst zich afkeerde van de strikte rede van de Verlichting en zich richtte op de gevoelswereld, het mystieke en het onheimelijke, raakte dit werk precies de juiste snaar. De dichters Théophile Gautier en Jules-Henri Vernoy de Saint-Georges schreven het libretto op basis van de aantekeningen van Heinrich Heine over de Slavische sage van de Wilis. De muziek van Adolphe Adam zette nieuwe standaarden: voor het eerst werden leidmotieven consequent ingezet om personages zoals de onschuldige Giselle of de verraderlijke Albrecht een vaste muzikale identiteit te geven. Wie vandaag de dag de kracht van klanken in het ballet wil begrijpen, vindt in de partituur van Adam het perfecte historische fundament.
Van het zorgeloze wijnoogstfeest naar het rijk van de schaduwen
De culturele betekenis van het stuk ligt in de tweedelige structuur, die de diepe tweespalt van de romantiek weerspiegelt. De eerste akte toont een idyllisch, zij het bedrieglijk beeld van het plattelandsleven, dat uitmondt in de tragische waanzinnige dood van Giselle. De tweede akte voert het publiek mee naar het nachtelijke bos, het rijk van de Wilis. Deze geesten van jonge bruiden die voor hun bruiloft stierven, belichamen de ontembare, destructieve kracht van teleurgestelde liefde. Door de introductie van de spitzen, waardoor de Wilis schijnbaar gewichtloos boven de grond zweven, veranderde Giselle de esthetiek van de dans blijvend. Het ballet veranderde van puur entertainment in een diepzinnige reflectie op schuld, verlossing en de vergankelijkheid van het leven.





