De muziekpauze geeft de kostuumpose een kader
Deze variant van de stopdans kent twee duidelijk te onderscheiden toestanden: bewegen op de muziek en een houding vasthouden in de stilte. De pauze is geen test om te zien wie het snelst reageert. Ze creëert een moment waarop elk kind zijn verkleedkleren kan laten samengaan met een lichaamshouding. Je geeft commentaar op de ideeën, niet op de reactiesnelheid. „Daar staat een robot met hoekige armen” past daarom beter dan „Je was te laat”.
Een geschikte pose kun je zonder aanloop aannemen: kattenpootjes voor je borst, gebogen robotarmen of een toverhand op schouderhoogte. Sprongen, diepe uitvalpassen en balanceren op één been passen niet bij een onverwachte onderbreking. Ook een kind zonder kostuum mag een figuur verzinnen. Je hoeft de verkleedkleren niet te raden of aan een bepaalde rol te koppelen.
Muziek met een duidelijk herkenbare puls maakt de overgang makkelijker, omdat de kinderen tijdens het dansen een gemeenschappelijke timing horen. Een bepaald liedje of tempo is niet voorgeschreven. De pauze moet hoorbaar zijn, zonder dat je vooraf het volume hoeft op te draaien. Voor doorlopende gebaren in plaats van stilstaande poses is er de carnavalsdans met kostuumgebaren. Als je kind liever zelf klanken maakt, biedt een stepdanscursus voor kinderen met klankspelletjes een andere manier om muziek te ontdekken.




