Het koord houdt ze vast, de vingers bewegen de schaaltjes
Deze instructies gelden voor handkastagnetten met een duimbevestiging, zoals die worden gebruikt in Spaanse danslessen. Kastagnetten met een steel en andere bevestigingswijzen werken anders. Bij een duimbevestiging vormen de ingeregen koord twee lussen. Samen houden ze het instrument op zijn plaats; één strakgetrokken lus vervangt de tweede niet.
De lussen zitten om het laatste kootje van de duim: direct boven het beweeglijke gewricht, in de richting van de nagel, niet onderaan bij de aanzet van de duim. Het koord mag niet dwars in de gewrichtsplooi liggen en ook niet tot aan de nagel schuiven. De ophangpunten van de schaaltjes wijzen naar de duim, de holle binnenkanten naar elkaar toe. Zo kunnen je vingers het buitenste schaaltje bereiken zonder het hele instrument stevig te hoeven vastklemmen.
Het instrument moet tegelijk goed blijven zitten en vrij kunnen bewegen. Een strakker koord kan een ongunstige pasvorm niet verhelpen. Dat is anders dan bij rekwisieten die je actief vastpakt, zoals een mantón met bereikbare handgrepen. Kastagnetten zijn bovendien geen verplicht accessoire voor elke Flamenco-opdracht: een marcaje voor Flamenco Tangos kun je zonder kastagnetten oefenen. Hier gaat het uitsluitend om het aanbrengen ervan, niet om vingerslagen of muzikale patronen.

