De pasvorm blijkt pas bij belasting
Bij Flamenco moet de schoen je voet begeleiden zonder hem samen te knellen. Bij de gesloten neus moeten je tenen plat kunnen liggen, maar er mag geen grote lege ruimte zijn waarin je voet bij elke gewichtsverplaatsing verschuift. Een vaste regel zoals een duimbreedte ruimte voor je langste teen is daarvoor te onnauwkeurig: de vorm van de neus, de breedte van je voet en de leest moeten bij elkaar passen.
De hielkap moet zijwaarts schuiven beperken. Komt je hiel bij gewoon lopen duidelijk uit de schoen omhoog, dan zit de achterkant niet goed. Een strakker aangetrokken bandje kan dit probleem verbergen, maar niet betrouwbaar oplossen. Omgekeerd betekent een drukplek achteraan niet automatisch dat je voet goed vastzit.
De sluiting vult een passende basisvorm aan, maar vervangt die niet. Bij een schoen met bandje mag de gesp niet op een gevoelige plek drukken. Bij een veterschoen moet de spanning over je wreef comfortabel blijven. Beoordeel beide voeten terwijl je staat en bij kleine gewichtsverplaatsingen. Waarom een stabiele stand belangrijk is voor het voetenwerk, lees je in de gids over Flamenco-techniek met stand en voetslagen.


