Een korte test maakt onderscheid tussen oorzaak en compensatiebeweging
De eerste drie fouten in de lijst hangen met elkaar samen: een te grote stap naar achteren maakt het moeilijker om je gewicht naar achteren te verplaatsen en verlengt daarna de terugkeer. Daarom begin je met de paslengte, in plaats van meerdere dingen tegelijk te willen veranderen. Een extra op-en-neerbeweging kan verdwijnen zodra de terugweg kleiner wordt.
Oefen daarvoor alleen de stap naar achteren en de terugkeer, eerst zonder muziek en zonder handverbinding. Herhaal dit stukje drie keer met dezelfde correctie. Dit is een oefenblok, geen voorgeschreven trainingsduur. Pauzeer even wanneer je achter staat en nog eens na de terugkeer. Achteraan zoek je naar dragende druk op de bal van je voet; na de terugkeer naar een vrij beweegbare achterste voet. Deze twee toestanden zijn verschillend: bij de achterwaartse basispas hoef je achteraan niet volledig op één been te blijven staan, zoals bij een balansoefening.
Een danspartner let daarbij op slechts één kenmerk, bijvoorbeeld je voetspoor. Daarvoor heb je geen vaste danspartner nodig, zoals de gids over een danscursus zonder vaste danspartner uitlegt. Houd je armen eerst rustig; armen en benen apart oefenen vermindert het aantal taken dat je tegelijk uitvoert. Noteer daarna alleen de fouten en de correctie die helpt, volgens het model voor bruikbare stapnotities. Pas wanneer je het stukje zonder extra compensatiebeweging kunt uitvoeren, voeg je het weer toe aan je vertrouwde basispas.


