De richting verandert het ophalen, niet het aantal passen
De vier oefeningen nemen geleidelijk geheugensteuntjes weg. Eerst hoor je je eigen gesproken aanwijzingen, daarna bepaal je welke voet de volgende is en vervolgens wissel je tussen twee opgeslagen versies. Tot slot bepaalt een kaart welke versie je nodig hebt. Als je pas dan hapert, is dat geen reden om nieuwe passen toe te voegen: je hebt precies de bekende achterwaartse of voorwaartse versie nog eens nodig, met minder afleiding.
Achterwaarts betekent hier niet dat je de voorwaartse reeks achterstevoren in de tijd afspeelt. Je haalt de achterwaartse versie op die je in de les hebt geleerd, inclusief de beginvoet en de richting naar de zijkant. Het zij-sluitpaar blijft op de daarvoor bestemde plek. Maak van de sluitpas dus vooral geen gewone tik, want dan heb je voor de volgende start geen vrije voet.
Houd je passen klein en de ruimte achter je vrij. Een spiegel is voor deze oefeningen ongeschikt als voortdurende visuele steun, omdat je je geheugen wilt testen. Zodra het ophalen zonder zoekpauze lukt, voeg je muziek toe; de pagina over het passende Foxtrot-tempo voor ballroomdans helpt je bij je keuze. De pauzes bij oefening 2 zijn geheugenpauzes, geen nieuwe ritmische variatie op de dans.




