De vrije voet beweegt vóór de gewichtsverplaatsing
Bij achteruitlopen kan de voet die als volgende naar achteren moet worden geplaatst, aanvankelijk nog vóór je lichaam staan. Als er geen gewicht meer op rust, is het de vrije voet. Blijft hij desondanks lang vooraan, dan moet hij vlak voor het neerzetten in korte tijd een lange weg afleggen. Precies die verlate start oefen je, niet een nieuwe pasvolgorde.
De vrije voet eerder naar achteren brengen betekent niet dat je er eerder op gaat staan. Zijn verplaatsing en de daaropvolgende gewichtsverplaatsing zijn twee afzonderlijke handelingen. De voet beweegt dicht langs je standvoet en vervolgens in de vertrouwde achterwaartse richting. Je zoekt daarbij geen tussenstop naast je standvoet en zet daar ook geen extra stap. Zolang de voorste voet nog belast is, trek je hem niet weg.
De oefening begint daarom op een geschikt punt in de aangeleerde reeks, niet per se met gesloten voeten. Houd je armen eerst rustig: het afzonderlijk oefenen van armen en benen houdt de oefening overzichtelijk. Wordt de beweging pas in paren krap, dan is dat iets anders om te onderzoeken dan deze solo-voetbeweging. Voor een vastlopende draai in paren vind je tips onder geblokkeerde draaibewegingen in de Weense wals. Hier richt je je aandacht alleen op het begin van de beweging van de vrije voet.


