Het ritme blijft, de verplaatsing vervalt
Bij carnaval in een kleine ruimte helpt een duidelijke vertaling: je behoudt het moment van een beweging, maar vervangt de verplaatsing. Een stap naar voren wordt het optillen en neerzetten van een voet onder je bekken. Een stap opzij wordt een klein tikje, als er naast je schoen genoeg ruimte is. Bij een draai blijft je blik dezelfde kant op gericht; een kleine handbeweging kan aangeven wanneer je die inzet. De vervangende beweging mag geen extra verplaatsing vereisen.
De ruimte die je kostuum tijdens het bewegen inneemt, is bepalend. Vleugels, een uitstaande rok of een cape nemen ruimte in, ook als je voeten blijven staan. Daarom is het niet genoeg om alleen de passen kleiner te maken. Je kunt met je vingers en pols voor je borst zwaaien, zonder je hele arm opzij te strekken. De Hand Jive met zijn handgebaren biedt ideeën voor passende handbewegingen, maar geen volledige vervangende reeks voor deze ronde.
Ook een aangekondigde beenbeweging heeft een kleinere vorm nodig: in plaats van een hoge kick komt je voet maar een klein stukje van de grond. Waarom een ongecontroleerde zwaai met je been extra uitwijkbewegingen veroorzaakt, zie je bij de veelgemaakte fouten bij de beenzwaai in gardedans. Je oefent hier echter geen gardekick. De herkenbare beweging is alleen een korte impuls met je voet, op hetzelfde muzikale moment. Zo kunnen kostuums van verschillende breedtes naast elkaar meedoen, zonder dat iedereen even grote bewegingen hoeft te maken.




