De markeringen maken vooruitgang vergelijkbaar
De volgorde scheidt vereisten die tijdens het dansen tegelijkertijd optreden. Op de rechte weg let je op de afgelegde afstand. Bij het sluiten van de voeten komt er een duidelijk bepaalde eindpositie bij. Pas daarna krijgt je weg een nieuwe richting. Houd de stapgrootte en het tempo van tellen aan wanneer je een nieuwe vereiste toevoegt. Anders vergelijk je niet dezelfde beweging onder moeilijkere omstandigheden, maar twee verschillende pogingen.
Kies je tempo van tellen zo dat je elke gewichtsverplaatsing zonder haast kunt afronden. De blokken van acht tellen vormen hier een structuur om mee te oefenen, geen voorschrift voor elke Paso Doble-figuur. Houd je armen eerst rustig, in plaats van er ook nog een presentatiehouding bij te maken. Het principe om armen en benen eerst apart te coördineren, houdt je aandacht bij je voeten.
Verander tussen twee rondes maar één ding, bijvoorbeeld het doelpunt. Een opname van opzij kan het begin en het einde zichtbaar maken, zonder dat je onderweg naar beneden hoeft te kijken. Je voeten sluiten is daarbij een gerichte oefening, geen algemene regel voor elke dans, zoals de vergelijking met open voetposities in de slowfox laat zien. De latere Paso Doble-figurencombinatie voor paren is een aparte toepassing.






