De muziek geeft je dansroutine een vast kader
Voor de openingsdans krijgt elke figuur een vaste plek in dezelfde opname. Daarom draait het niet om zoveel mogelijk onderdelen, maar om betrouwbare oriëntatiepunten: waar begin je, waar begint de herhaling, waar blijf je staan? Het begin van een tekstregel kan zo’n plek markeren, maar hoeft niet op de eerste tel te vallen. Noteer daarom naast de tijdstempel ook een hoorbaar kenmerk, bijvoorbeeld de inzet van de piano vóór een gezongen regel.
De voorbeeldroutine gebruikt de internationale Rumba-telwijze 2, 3, 4 en vasthouden op 1. Een voorwaarts en achterwaarts deel van de basispas omvat hier samen twee maten. Gebruik je tijdens de les een andere vorm van de basispas, houd dan consequent die telwijze aan en pas de lengte van de maten aan. Meng geen twee aangeleerde systemen binnen dezelfde routine.
Voor deze handleiding heb je onderdelen nodig die al terugleiden naar jullie gezamenlijke uitgangspositie. Lukt dat nog niet, dan helpt de handleiding over het verbinden van bekende Rumba-figuren. Hier bepalen we juist de volgorde van de figuren op de muziek. Een kleine bewegingsomvang laat bovendien ruimte voor echt oogcontact. Hoe je daarbij gevoelens kunt uitdrukken door te dansen, hangt niet af van een spectaculaire pose.




