De voetvolgorde telt stappen, geen richtingsveranderingen
De verenpas is een basisfiguur van de Slowfox met drie gewichtsverplaatsingen. De dansers bewegen samen door de ruimte: de ene persoon loopt vooruit, de andere achteruit. Rechts en links verwijzen daarom altijd naar je eigen voeten, niet naar de kijkrichting van je partner. Bepaal eerst je rol en leid daaruit af met welke voet je begint. De leidende persoon moet de rechtervoet vrij hebben, de volgende persoon de linkervoet.
Slow, Quick, Quick beschrijft de timing in vierkwartsmaat. De eerste stap duurt twee tellen, de twee volgende stappen elk één tel. Je kunt daarbij ‘één, twee, drie, vier’ zeggen en op één, drie en vier stappen. Zo vullen drie stappen één maat. De laatste stap blijft een stap vooruit of achteruit, ook al staan je voeten aan het einde versprongen ten opzichte van elkaar.
Voor deze eerste oefening heb je alleen een vrij bewegingspad nodig. De gebruikelijke oriëntatie naar het midden van de zaal kun je later meenemen in je ruimteoriëntatie. Het overzicht van Foxtrot, Slowfox en Quickstep helpt je om de dansen uit elkaar te houden. Neem de zijwaartse basispas uit de gezelschapsfoxtrot niet over in de verenpas.





