De kruising heeft ruimte nodig vóór de standvoet
Bij het links kruisen in de Weense wals landt je linkervoet niet zomaar naast je rechtervoet. Op tel drie komt hij vóór je rechtervoet. Deze kruising hoort bij de helft van de linksomdraai die vooruit wordt gedanst, niet bij elke walsteltel. De persoon die achteruit danst, maakt daarom niet tegelijkertijd dezelfde kruisbeweging.
Voor de correctie splits je twee taken op: de weg van de vrije voet en de daaropvolgende gewichtsverplaatsing. Als je linkervoet nog belast is, kun je hem niet vrij naar voren brengen. Raakt de rand van je schoen je rechterschoen voordat je er langs de voorkant voorbij bent, dan ontstaat er een knelpunt. Harder aan je been trekken zorgt daar niet voor extra ruimte. Het kan er juist voor zorgen dat je standvoet wordt meegetrokken.
De geïsoleerde oefening begint daarom in je vertrouwde positie na stap twee. Behoud die richting, in plaats van een nieuwe eindpositie te bedenken. Je zoekt een korte doorgang zonder contact, geen zo diep mogelijke kruising. Het principe om taken eerst te scheiden helpt ook bij het coördineren van armen en benen. Houd hier je armen eerst stil, zodat je de weg van je voet kunt voelen. De volledige draai en de hoeveelheid rotatie bouw je hierbij niet opnieuw op.


